Pareltjes

Anekdotes over het inloophuis Hengelo

Vergeven (2)

Gelukkig! De deur staat weer op een kier. Niet letterlijk natuurlijk, want de voordeur kan zonder problemen weer wijd open geduwd worden, maar we moeten het met 1 schamele middag openstelling per week doen. Veel vrijwilligers zien het nog niet zitten of hebben iemand in huis die in de gevarenzone zit.

Onze gasten doen voorbeeldig alle corona-rituelen die zijn voorgeschreven en daarover is gelukkig geen enkele discussie. De aanloop is de eerste periode nog erg voorzichtig, maar dat blijkt de voedingsbodem te zijn voor prachtige verhalen en minstens zulke mooie gesprekken. Hoe het erop kwam kan ik niet meer terughalen, maar het gesprek kwam op vergeven. Dat het niet alleen een gebod is, maar dat vergeven ruimte oplevert in hoofd en hart, dus ook een zegen is.

Een van de gasten vertelde ooit als jong meisje een relatie gehad te hebben met een veel oudere man die haar, na een periode van aandacht en tederheid, ineens belaagde en zo ver ging dat ze later bang was zwanger te zijn. Een bom was ingeslagen en de angst, gekwetstheid en boosheid waren voortdurend latent aanwezig. Ze durfde terstond de relatie te beëindigen, hetgeen een flinke stap  was voor zo’n bleu meisje. Ze schreeuwde hem toe dat ze hem nooit meer wilde zien en ze deed zelf alles om dat te bewerkstelligen: ze ging zo weinig mogelijk de deur uit. Waar moest ze met dit verhaal naar toe en aan wie kon ze het vertellen?  Wetend  dat deze gevoelens van boosheid niet erg christelijk waren, bad zij God om deze man te vergeven en na enige aarzeling voegde ze eraan toe:

“En wilt U mij vergeven dat ik het vertik om hem te vergeven?”. Er ging enige tijd voorbij en staand op een perron zag ze hem aan de overkant staan. Toen hun blikken elkaar kruisten stapte hij snel in de eerst volgende trein en toen ze, zijn blikken voelend vanachter een spiegelend raam, hem weg zag rijden, stak zij als  vanzelfsprekend haar hand op. “Toen wist ik dat ik hem vergeven had!”.

Je zult toch maar dit soort geweldige verhalen mogen horen. Er blijft niets anders over dan er nog lang over na te denken.

Cobi.

—–

Graankorreltje

Soms verbijstert  het mij  hoeveel mensen op hun bordje krijgen en verbaast het me hoe ze in staat zijn toch opgewekt door het leven te gaan. Mooi om te horen hoe dat bij ze werkt.

Vanmiddag heb ik een heel gesprek gevoerd met iemand die aan deze beschrijving voldoet. Van jongs af aan is haar bestaan niet probleemloos geweest en sindsdien waren er heel wat tegenslagen om te verwerken. In haar leven volgde de ene de andere op. De familie heeft alle banden verbroken en ze is mantelzorger van een zwaar getraumatiseerde, verslaafde relatie, waardoor ze regelmatig in zeer benauwde situaties terecht komt. Tot bedreiging en geweld aan toe.

De vraag hoe dit allemaal te hanteren is werd met een simpele maar oprechte reactie verwoord: “Elke avond breng ik mijn problemen naar God en vertel hem dat ik het niet meer weet, maar dat ik erop vertrouw dat Hij  mij de kracht zal geven om door te gaan. Hierdoor wordt het leven toch lichter en als ik door het bos fiets ben ik soms zo ontzettend blij, dat ik het keihard op een zingen zet, maar het kan ook maar zo zijn dat me opeens de tranen over de wangen lopen terwijl ik niet verdrietig ben. Het is eigenlijk een heerlijke douche die ik dan ervaar. Ik ben daar dankbaar voor.”

We praatten nog even verder, waarop ik haar vroeg of ze ook een kerkelijke binding heeft. “Nee, ik pik overal de graankorreltjes op die ik kan vinden. Ik bezoek regelmatig kerken en voel gelijk of zo`n gemeenschap de Geest wel heeft. Sommigen zijn zo druk met uiterlijkheden, dat daar niets meer van te merken is.”

 Het werd tijd om te sluiten, maar nadat iedereen uitgezwaaid en alles afgesloten was, bleef bij mij de vraag hangen  hoe ze onze gemeenschap zou bekijken. Hoeveel van de Geest  is er te ervaren in onze kerken, of is ook bij ons de aankleding en liturgie de plaats hiervan gaan overnemen?

Cobi

—–


Vergeven (1)

Ik heb wel bijna iemand neergestoken hè!“. Aan het woord is niet een opgeblazen type met krullend borsthaar boven zijn T-shirt uit, maar een keurig verzorgde jonge vent. Het gesprek is al even aan de gang n.a.v. de moordenaar van Nikkie Verstappen en wat hem zoal te wachten zou moeten staan, als hij dat ineens zegt. Het is niet de bedoeling om de vrij nieuwe collega te imponeren, maar om aan te geven dat hij weet waar het over gaat als je het over gevangen zetten hebt.

Ik was blij dat ik de handboeien om kreeg, omdat ik toen wist dat ik geen gevaar meer was voor de andere mensen. Hoe ik zo de weg kwijt kon zijn! Na een gebeurtenis van 8 jaar daarvoor kreeg ik steeds meer stemmen in mijn hoofd, die vertelden wat ik moest doen”. “Ik heb nooit last van spijt gehad, al zou ik degene die ik bedreigd heb wel de hand willen schudden en sorry willen zeggen”. Er kwam een opmerking  wat dit soort dingen met het slachtoffer doet en hoe die verder moet.

Er ontspon zich een discussie over vergeven en wat dat precies is. Nooit heb ik me gerealiseerd dat dat woord voor meerdere betekenissen vatbaar is. Het gesprek ging over kerkmensen die wel het woord vergeven in de mond nemen, maar niet vergeten kunnen. En of je zonder vergeten toch vergeven kunt. “Als iemand je iets ergs heeft aangedaan en je hebt het vergeven, maar krijgt toch een schok op het moment dat je die ander weer treft, dan heb je niet echt vergeven”, stelde iemand.

Anderen konden dat zeker niet beamen. Een lastige kwestie.  Het gesprek heeft nog uren in mijn hoofd gezeten. Wat is vergeven nou eigenlijk precies? Hoe vaak we dat moeten doen is vrij gemakkelijk te beantwoorden met de Bijbel bij de hand, maar de definitie?  Misschien moeten we daar maar eens een nachtje over slapen. 

Cobi

—–


‘Hier hoef ik niks. Maar mag van alles.’

Anoniem

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: